Menu Sluiten

Molenweg, Oirsbeek

300 meter – EDI: 294.75

Gilde der beklimmingen Amstel Gold Race: NEE

De oer-Hollandse windmolen, voor buitenstaanders naast de tulp en de klomp hét symbool van onze natie. Liefst 1170 stuks, veelal werkend, liggen her en der verspreid door het land en zijn stuk-voor-stuk bezienswaardigheden waar bussen vol toeristen op afkomen. Maar waar je op het vlakke land praktisch struikelt over de wieken, komen we er in Zuid-Limburg bekaaid van af. Slechts een zestal molens hebben hedendaags nog een plaats in ons Heuvelland. 

Toch dient de wielerliefhebber, in ieder geval de vaste volger van de Amstel Gold Race, én het peloton er een aantal te kennen. Althans, misschien niet direct bij naam of plaats, maar aan de hand van foto’s of beelden. De meest iconische in het gezelschap is onmiskenbaar de in het oog springende Sint-Hubertusmolen, bovenop de Adsteeg vanuit Beek. Die gele, steevast vanuit de omliggende velden vastgelegd op de gevoelige plaat met een voortrazend peloton in beeld.

Sint-Hubertusmolen te Genhout, bovenop de Adsteeg vanuit Beek.

Windmolens in Zuid-Limburg.

– Beek (Genhout), Sint-Hubertusmolen
– Bemelen (Wolfshuis), Van Tienhovenmolen
– Gronsveld, Torenmolen van Gronsveld
– Nuth (Hunnecum), Molen van Hunnecum 
– Oirsbeek, Janssenmolen
– Ubachsberg, Op de Vrouwenheide

Ook de molens van Gronsveld, Ubachsberg en Bemelen worden gedurende de koers op Hollandse bodem regelmatig in beeld gebracht, zij het minder prominent. Op de Vrouwenheide, de zwartkleurige molen van Ubachsberg, is tevens de hoogst gelegen molen van Nederland.

Logischerwijs ligt de traditionele molen vaak hoog, zodat er voldoende wind gevangen kan worden. En waar deze hoogte in het overgrote deel van Nederland vaak op een kunstmatige wijze wordt gecreëerd, hebben we hier onze heuvels. Enkel de Torenmolen van Gronsveld (van bovenstaande molens), geografisch gezien de meest zuidelijke van ons land, ligt relatief lager en niet op een heuvel.

Waar de beklimming van de Adsteeg je naar de verderop gelegen Sint-Hubertusmolen brengt, doet de Bemelerberg (Krekelberg) dit naar de Van Tienhovenmolen in het gehucht Wolfshuis. Molen Op de Vrouwenheide ligt op de gelijknamige heuveltop en de molen van Hunnecum vind je midden op het Centraal Plateau, waar de omliggende wegen vanuit Nuth en omgeving lichtjes omhoog lopen. Kortom, om een molen in Zuid-Limburg te bezichtigen dient er vaak automatisch geklommen te worden.

Dit geldt eveneens voor de Janssenmolen aan de rand van Oirsbeek, pal naast de provinciale weg richting Sittard en omstreken, waar de molen uittorent boven de omgeving. Deze weg, die gevoelig oploopt, was in het verleden dan weer regelmatig getuige van een voortrazend peloton in de Amstel Gold Race. Dat was toen. Hedendaags nodigt de brede weg (incluis fietspad) niet bepaald uit om met de fiets te bedwingen. Zeker in de omgeving zijn er leukere én minder bekende opties om je fiets overheen te sturen, maar weinig opties brengen je naar de molen.

Maar toch, verstopt achter de molen loopt er vanuit het dorp Oirsbeek een kort, maar venijnig klimmetje in de richting van de molen. Een kuitenbijtertje dat slechts bij zeldzaamheid wordt beklommen. En dat is zonde.

En route.

Om de zogenaamde Molenweg überhaupt te vinden, dien je allereerst door het pittoreske dorpshart van Oirsbeek te laveren. Dat bereik je door vanaf de eerder genoemde provinciale weg, met zicht op de Janssenmolen, bij de stoplichten en net voordat het wegdek begint te stijgen, linksaf te slaan. Door het volgen van de Dorpsstraat verschijnt vanzelf de Sint-Lambertuskerk, omgeven door horeca-etablissementen. Voor de kerk sla je vervolgens rechtsaf. Het recent vernieuwde plein zorgt voor enige verwarring, maar is geoorloofd om overheen te fietsen. 

Volg in de Raadhuisstraat vervolgens de bruinkleurige bordjes aangaande de Janssenmolen welke je naar de voet van de Molenweg brengen. Overigens, wanneer je op diezelfde Raadhuisstraat liever rechtdoor gaat, passeer je aan de rechterzijde een zogenaamde Lourdes-grot die synoniem staat voor de voet van de Boompjesbergweg, eveneens een beklimming die maar zelden gebruikt wordt.

De beklimming.

Allereerst, verwacht geen berg hier, sowieso niet. Het plateau van Doenrade, waar de Molenweg tegenop loopt, blinkt voornamelijk uit in heuvels die kort, maar krachtig zijn. Er moet heus wel gewerkt worden, maar temper je verwachtingen vooraf. Zie deze beklimming als bijvoorbeeld een miniatuurversie, een prototype van de heuvels in het diepe Zuid-Limburg. De Molenweg is er een voor de puncheurs, voor de springveer in de dop.

Als je beslist om volle bak omhoog te rijden, is dat een inspanning die je in principe tot boven moet kunnen volhouden. Vanaf de voet is het, geflankeerd door wat huizen en verderop enkele weiden, direct rammen aan stijgingspercentages die de dubbele cijfers benaderen. Deze houden op de bochtige weg aan totdat de Janssenmolen in het zicht verschijnt, ongeveer tweehonderd meter. 

Maar zoals vaker wordt het pas lastig zodra je denkt dat je kunt gaan zitten. Zodra je denkt dat de beklimming gedaan is. Juist op dat laatste, licht oplopende gedeelte sneuvelen vele rennersbenen en breekt de veer. Je kunt uithijgen op het bankje of liggend op het grasveld bij de molen.

In koers.

Voor zover te achterhalen is de beklimming van de Molenweg nimmer onderdeel geweest in enige koers van naam.

Tekst: Niels Smits – © 2021

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *